Tuesday, May 04, 2010

De Wesp met het talent voor timing

Ter inleiding: bekijk deze scene uit de film 'Case 39' even...




Terwijl ik in de bioscoop zat, kreeg ik al de rillingen van al die wespen. En ik dacht nog: "Hah, ben ik blij dat zoiets niet in het echt gebeurt!" Little did I know...

Want toen ik thuiskwam - het was al middernacht geweest - wilde ik de kou en de regen van Koninginnedag wel even van me afspoelen onder de douche. Dus pakte ik een handdoek en deed de deur van mijn badkamertje open. Terwijl ik mijn trui uit deed, hoorde ik een vreemd geluid achter het douchegordijn. Nietsvermoedend schoof ik het iets aan de kant. Aanvankelijk zag ik niets. Maar toen keek ik naar beneden... Er bewoog iets in het doucheputje. En het geluid werd harder. "Bzzt, bzzz, BUZZZZZ!" Eerst kwam een zwarte poot naar boven door een van de gaatjes. Toen een tweede... gevolgd door de monsterlijke zwart met gele kop van een gigantische wesp. Mijn hart sloeg over en ik sloeg een hand voor mijn mond om mijn ijselijke gil te smoren. Ik geloofde niet wat ik zag. Ik kneep in mijn arm om er zeker van te zijn dat ik niet droomde na het zien van de film. Maar het was Echt. Helemaal Echt. Shit! Het beest kwam steeds verder omhoog. Nog even en hij zou eruit zijn. Snel handelen dus!

De poging met de douchestraal had niet het beoogde effect (wesp bleef drijven). De poging met het aardappelmesje was ook niet succesvol (mesje was te breed voor het putje). De poging met de pincet slaagde. Maar de wesp was nog niet plat genoeg naar mijn zin. De fles badschuim hielp het beest definitief om zeep. En de tuin van mijn benedenbuurvrouw de laatste rustplaats voor de wesp met het grootste talent voor timing...

Wednesday, April 28, 2010

Stand Out

"Read, every day, something no one else is reading. Think, every day, something no one else is thinking. Do, every day, something no one else would be silly enough to do. It is bad for the mind to be always part of unanimity."- Christopher Morley


Monday, February 22, 2010

De Kleurgever

Ik zoek naar een tafeltje in de Rotterdamse bibliotheek. Ik heb wat tijd te doden en heb daarom een oninteressant boek over bouwkunst tussen de aanbevolen literatuur vandaan gepikt. Het boek is alleen behoorlijk zwaar, en dus zoek ik een tafeltje.

Een paar stappen verderop is een grote tafel met een glazen blad. Er ligt een verzameling van tientallen fijnlijners en kleurpotloden. En een boek over manga. De tekenaar is nergens te bekennen, maar zijn jas hangt over een van de stoelen. Ik ga tegenover zijn lege plaats zitten.

Als ik bij bladzijde dertien ben, hoor ik voetstappen. Een zwarte man met een baardje komt bij de fijnlijners zitten. “Hallo,” zegt hij. Ik groet terug en verdiep me weer in het boek. Hoe oninteressant ook, je moet toch wat. Na twee bladzijden spiek ik stiekem op zijn tekenpapier. Een Afrikaanse vrouw, in mangastijl getekend. Een kleurig portret. De kunstenaar ziet dat ik kijk. Ik voel me betrapt. “Mooi, wat je aan het maken bent”, zeg ik maar. “Dank je! Jij hebt mooi gezicht!” kaatst hij de bal terug. Ojee. Heb je d’r zo een. Ik duik weer in de bouwkunstperikelen. Maar hij geeft niet op. “Ik heet Abner,” zegt hij. “En jij?” “Ik heet Gerdien”, antwoord ik. Hij kan het niet uitspreken. Ook dat maakt hem niet uit. Hij begint zijn verhaal, in het Engels met een Afrikaans accent. Het blijkt interessanter dan de bouwkunst en mijn eerdere vooroordeel verdwijnt. Hij wil een luisterend oor en ik heb nog ruim een half uur om hem dat te bieden. Dus waarom niet?

“Al dertien jaar woon ik in Nederland. Maar ik kom uit Liberia. Ik ben gevlucht, eind jaren tachtig al, toen er oorlog was in mijn land. Ik heb niet veel familie meer, veel zijn omgekomen. Mijn moeder leeft nog wel en ze woont daar. Ik kan nooit naar haar toe en zij niet naar mij. Maar we denken veel aan elkaar. In Nederland heb ik eigenlijk niemand. Ik ben kunstenaar, ik maak tekeningen. Ooit wil ik een galerie, met mijn eigen werk. Elke dag zit ik hier in de bibliotheek. Tekenen, met mensen praten. Sommige mensen willen niet praten. Dat is typisch iets voor Nederland. Mensen zien elkaar niet, zelfs al zitten ze naast elkaar. In Afrika praat iedereen met elkaar, leven mensen voor elkaar. Heb jij een probleem, dan help ik jou. En als ik een probleem heb, kun jij mij helpen. Samen leven, vrienden zijn. Ik begrijp niet hoe mensen in Nederland blij kunnen zijn. Kunnen jullie dat? Ik ben christen en ik ging naar twee kerken in Nederland. De mensen kijken droevig en somber en heel serieus. Ik werd daar niet blij. Elke dag bid ik tot God of hij me wil helpen om hier te zijn, om mensen weer blij te maken. Ooit zat daar, waar jij nu zit, een jongen te zuchten voor zijn afstudeeropdracht architectuur. Hij moest een ontwerp maken en hij wist niks. Twee keer achter elkaar kwam hij hier, boeken doorbladeren. Ik praatte met hem. Ik tekende voor hem. Ik hielp bij zijn ontwerp. Hij werd er blij van! Zijn ontwerp werd uiteindelijk goedgekeurd. Hij kwam nog één keer terug om dat te vertellen. Daarna heb ik hem nooit meer gezien. Maar dat geeft niet. Hij was blij, ik was blij. Zo kan ik leven. O… je hebt geen tijd meer hè… Ik zie het aan jou, je kijkt op je horloge. Jammer dat in Nederland de mensen weinig tijd hebben. Kom je nog eens terug? Ik zit hier altijd. Met mijn tekeningen.”

Ik moet inderdaad weg. Ik beloof dat ik nog eens langs zal lopen. Hij is niet alleen een goede tekenaar, maar ook een goede verteller. Als ik bij de roltrappen omkijk, heeft hij zijn potloden weer gepakt. De Afrikaanse dame krijgt steeds meer kleur. En mijn dag ook.