Sunday, November 01, 2009

Automobilisten

Eerder heb ik al eens een blog geschreven over verschillende types treinreizigers. Maar uiteraard kun je het hokjes-denken ook toepassen op automobilisten. Onder deze verkeersdeelnemers heb je onder meer de volgende categorieën:

  • De Neuspeuteraar
    Meestal gaat het hier om een man tussen de 35 en 65 jaar oud, in een glimmende auto van de zaak. Neuspeuteraars zitten altijd alleen in de auto, nou ja, hun enige gezelschap is de TomTom die zo nu en dan een vriendelijk woord laat horen. De beste tijden om Neuspeuteraars te signaleren zijn de ochtend- en avondspits. Verveeld zitten ze achter het stuur te staren naar het stoplicht dat maar niet op groen springt, of naar hun voorganger (v/m) die maar niet doorrijdt. Om de tijd wat te verdrijven laat de Neuspeuteraar zijn wijsvinger in zijn neusgat verdwijnen en draait een paar rondjes. Sommige Neuspeuteraars eten hun neusproduct, anderen rollen er bolletjes van die ze wegschieten in de richting van het dashboard, of afsmeren aan de bestuurdersstoel.

  • De Werkman
  • Werkmannen zijn – zoals de term al aangeeft – altijd van het mannelijk geslacht. In tweetallen zitten ze in busjes met de naam van een bouw- of loodgietersbedrijf. Werkmannen zijn vrolijke figuren en zéér complimenteus naar dames. Ze zijn scheutig met knipoogjes en kushandjes en letten liever op mooie vrouwen dan op de weg.

  • De Carrièrebitch
  • Deze dames rijden meestal in een BMW 118 of een soortgelijke dure auto. Hun rijstijl is doorgaans evenals hun karakter en carrière: snel, agressief en opvliegend. Nu kun je hen dat niet erg kwalijk nemen, want autorijden is moeilijker als je een kokerrokje en stilettohakken draagt, dan wanneer je een spijkerbroek met gympies aanhebt. Carrièrebitches vind je het meest in grote steden en dan met name in het stadscentrum.

  • De Haastende Moeder
  • Vrouw tussen de 30 en 40 jaar, met een overwerkte, gehaaste uitstraling en twee krijsende kinderen achterin. Doordat de jongste een glas melk over zich heen gegooid had en de oudste nét voor vertrek een vinger tussen de deur kreeg, is de Haastende Moeder veel te laat weggegaan van huis en moet ze nu extra hard doorrijden om de kids op tijd op school te krijgen. Dat komt haar rijstijl niet ten goede. De motor slaat spontaan af bij het optrekken, de auto maakt een SHRIEKK-geluid als-ie nog in de verkeerde versnelling staat en ze rijdt pas weg bij het stoplicht als het alláng groen is (ze was even afgeleid door het zeurende kind op de achterbank). Haastende Moeders zijn het best te zien tussen 8.25 en 8.35 ’s morgens vroeg, vooral op de aanrijroutes naar basisscholen.

  • De Patser
  • Jonge gozer, tussen de 18 en 28 jaar oud, in een té grote auto. Patsers kunnen overigens ook met meerderen in een té grote auto zitten. Stampende hiphopmuziek dreunt door het openstaande raampje aan de bestuurderszijde. Patsers kun je verder herkennen aan gouden kettingen en vaak dragen ze een zonnebril, ook ’s avonds. Echt foute patsers hebben hun auto daarbij ook overdadig gepimpt met extra large spoilers, glimmende velgen, brede bandjes en dakluchthappers. Patsers lijken aandacht te willen met al die bling-bling, maar als je té opvallend naar die té dure auto kijkt, krijg je een grote mond van ze. Tsja…

  • Mobiele ZondagsOma’s (v/m)
  • De schrik van elke automobilist: de Mobiele ZondagsOma. Op zondagmiddag besluit Oma (of Opa, zo je wilt) een dagje naar de kleinkinderen te gaan. Ze haalt haar Opel Agila, Suzuki Wagon R+ of Hyundai Atos van stal. Het wagentje is jaaaaren oud maar heeft minder dan 10.000 km op de teller staan. Tergend langzaam (want je kunt maar beter ver onder de maximumsnelheid blijven) tuft de Mobiele ZondagsOma over ’s Heeren Wegen om haar (klein)kinderen met een bezoekje te vereren. Ze kijkt nooit in haar binnenspiegel, blijft de rust zelve ondanks de opdringerige auto’s achter haar en rijdt het liefst aan de linkerkant van de weg.

En deze bonte verzameling bestuurders (en nog veel meer…) zie ik dagelijks mijn huis passeren. Zijn er eigenlijk wel Normale Bestuurders?

Sunday, September 27, 2009

Reünie

Met een beker noodzakelijke koffie zit ik op zaterdagochtend in de aula van mijn oude middelbare school wakker te worden. Het is behoorlijk veranderd sinds ik examen deed in de zomer van 2000. Toen was het nog een wat kale bedoening, met grijze muren en geelgeschilderde pilaren. Die laatsten zijn er nog steeds. Maar de muren zijn nu graffiti-achtig beschilderd in vrolijke kleuren. De kantine, die toen McBets heette – naar de oude kantinejuffrouw – is een kwartslag gedraaid en is paars geverfd. Het hokje van de conciërge, waar ik regelmatig een bezem moest halen, is verdwenen, evenals het tekenlokaal.

Terwijl ik de veranderingen in me opneem, komt een besnorde man tegenover me zitten. Aan zijn naamkaartje zie ik dat hij Aart heet en in 1974 examen heeft gedaan op de havo. “Zo, eerst effe een kop koffie,” zegt hij terwijl hij de beker op tafel zet. “Zit jij hier op school?” Ik schud mijn hoofd en laat hem mijn naamkaartje zien. “Nee, al meer dan negen jaar niet meer,” antwoord ik. Hij schaamt zich en biedt zijn excuses aan. Eigenlijk vind ik het helemaal niet erg, maar ik laat hem denken van wel.

“Dr is nog niemand uit mijn klas,” zegt hij. “Ik ben benieuwd of er veel komen. Ze zullen wel veranderd zijn in al die jaren.” Dat lijkt mij een logische gedachtegang. Het jaar 1974 is voor mij bijna anderhalf mensenleven geleden. “Ik heb nooit op dit gebouw gezeten,” gaat Aart door. “Altijd op het gebouw bij het station. Er zaten leuke mensen in mijn klas. Ik heb ze na mijn examens niet meer gezien. Ik ben benieuwd wat er van ze geworden is. Zeker van twee vriendinnen die ik toen had. Hoe zouden ze eruit zien? Zou ik ze herkennen?” Hij slurpt van zijn koffie. “Heb jij op dit gebouw gezeten?” “Ja. Vier jaar. Ik heb hier ook examen gedaan, maar toen zag het er anders uit.” “O, ja dat kan natuurlijk.” Hij frummelt aan de envelop die hij bij binnenkomst heeft gekregen en zoekt op de plattegrond het lokaal waar zijn klassenfoto straks gemaakt zal worden.

Bij de kantine zie ik ineens twee bekende gezichten. “Ik ga er vandoor. Daar staan twee van mijn oud-klasgenoten. Fijne dag!” zeg ik tegen Aart. “Gaat lukken,” bromt hij, en hij doopt zijn snor weer in de koffie.

Uren later zie ik Aart staan, in het zonnetje op het schoolplein. Hij is druk in gesprek met een grijzende dame. Ze lacht en legt even een hand op zijn schouder, in een vertrouwd gebaar. Hij grijnst onder zijn snor. Vijfendertig jaar later heeft hij kennelijk zijn vriendin van toen teruggevonden. Toch leuk, zo’n reünie.

Sunday, August 30, 2009

Lang houdbaar

Met argusogen bekijkt ze het pakje vleeswaren dat ze in haar hand houdt. Dan schudt ze haar hoofd en legt het terug. Ze draait zich om en kijkt me aan. “Je moet zó op de datum letten, zelfs in de supermarkt,” merkt ze strijdbaar op. Haar ogen fonkelen. “Kijk maar, houdbaar tot de vijfentwintigste, dat is al zeker een paar dagen geleden. Denk maar niet dat ik dát nog ga eten!” Met een driftig handgebaar wijst ze naar het betreffende pakje snijworst. “Ik ben vijfentachtig, weet je. Dan is je weerstand niet meer zoals vroeger, dan kun je niet alles meer hebben. Tien jaar geleden ben ik al eens in het ziekenhuis terechtgekomen nadat ik iets verkeerds had gegeten. Ik lag drie dagen in coma gelegen en mijn nieren waren zelfs aangetast door de vergiftiging. Ik heb geluk gehad dat ik het kan navertellen. Maar volgens de artsen moet ik uitkijken, een volgende keer overleef ik het wellicht niet… En ik wil nog wel een paar jaar door! Tsss…” Verontwaardigd wijst ze nogmaals naar de gekoelde vitrine. “Wat vind jij nou? Dat kunnen ze toch niet meer neerleggen? Moet ik er iets van gaan zeggen?”

Met een glimlach pak ik het pakje snijworst uit de vitrine en leg het in het karretje van de oude dame. “Neemt u dat maar gerust. Het kan geen kwaad. Het is houdbaar tot de vijfentwintigste… van september…”