De Wesp met het talent voor timing
Ter inleiding: bekijk deze scene uit de film 'Case 39' even...
Ter inleiding: bekijk deze scene uit de film 'Case 39' even...
posted by gerdien at 23:44 2 comments
posted by gerdien at 22:26 2 comments
Ik zoek naar een tafeltje in de Rotterdamse bibliotheek. Ik heb wat tijd te doden en heb daarom een oninteressant boek over bouwkunst tussen de aanbevolen literatuur vandaan gepikt. Het boek is alleen behoorlijk zwaar, en dus zoek ik een tafeltje.
Een paar stappen verderop is een grote tafel met een glazen blad. Er ligt een verzameling van tientallen fijnlijners en kleurpotloden. En een boek over manga. De tekenaar is nergens te bekennen, maar zijn jas hangt over een van de stoelen. Ik ga tegenover zijn lege plaats zitten.
Als ik bij bladzijde dertien ben, hoor ik voetstappen. Een zwarte man met een baardje komt bij de fijnlijners zitten. “Hallo,” zegt hij. Ik groet terug en verdiep me weer in het boek. Hoe oninteressant ook, je moet toch wat. Na twee bladzijden spiek ik stiekem op zijn tekenpapier. Een Afrikaanse vrouw, in mangastijl getekend. Een kleurig portret. De kunstenaar ziet dat ik kijk. Ik voel me betrapt. “Mooi, wat je aan het maken bent”, zeg ik maar. “Dank je! Jij hebt mooi gezicht!” kaatst hij de bal terug. Ojee. Heb je d’r zo een. Ik duik weer in de bouwkunstperikelen. Maar hij geeft niet op. “Ik heet Abner,” zegt hij. “En jij?” “Ik heet Gerdien”, antwoord ik. Hij kan het niet uitspreken. Ook dat maakt hem niet uit. Hij begint zijn verhaal, in het Engels met een Afrikaans accent. Het blijkt interessanter dan de bouwkunst en mijn eerdere vooroordeel verdwijnt. Hij wil een luisterend oor en ik heb nog ruim een half uur om hem dat te bieden. Dus waarom niet?
“Al dertien jaar woon ik in Nederland. Maar ik kom uit Liberia. Ik ben gevlucht, eind jaren tachtig al, toen er oorlog was in mijn land. Ik heb niet veel familie meer, veel zijn omgekomen. Mijn moeder leeft nog wel en ze woont daar. Ik kan nooit naar haar toe en zij niet naar mij. Maar we denken veel aan elkaar. In Nederland heb ik eigenlijk niemand. Ik ben kunstenaar, ik maak tekeningen. Ooit wil ik een galerie, met mijn eigen werk. Elke dag zit ik hier in de bibliotheek. Tekenen, met mensen praten. Sommige mensen willen niet praten. Dat is typisch iets voor Nederland. Mensen zien elkaar niet, zelfs al zitten ze naast elkaar. In Afrika praat iedereen met elkaar, leven mensen voor elkaar. Heb jij een probleem, dan help ik jou. En als ik een probleem heb, kun jij mij helpen. Samen leven, vrienden zijn. Ik begrijp niet hoe mensen in Nederland blij kunnen zijn. Kunnen jullie dat? Ik ben christen en ik ging naar twee kerken in Nederland. De mensen kijken droevig en somber en heel serieus. Ik werd daar niet blij. Elke dag bid ik tot God of hij me wil helpen om hier te zijn, om mensen weer blij te maken. Ooit zat daar, waar jij nu zit, een jongen te zuchten voor zijn afstudeeropdracht architectuur. Hij moest een ontwerp maken en hij wist niks. Twee keer achter elkaar kwam hij hier, boeken doorbladeren. Ik praatte met hem. Ik tekende voor hem. Ik hielp bij zijn ontwerp. Hij werd er blij van! Zijn ontwerp werd uiteindelijk goedgekeurd. Hij kwam nog één keer terug om dat te vertellen. Daarna heb ik hem nooit meer gezien. Maar dat geeft niet. Hij was blij, ik was blij. Zo kan ik leven. O… je hebt geen tijd meer hè… Ik zie het aan jou, je kijkt op je horloge. Jammer dat in Nederland de mensen weinig tijd hebben. Kom je nog eens terug? Ik zit hier altijd. Met mijn tekeningen.”
Ik moet inderdaad weg. Ik beloof dat ik nog eens langs zal lopen. Hij is niet alleen een goede tekenaar, maar ook een goede verteller. Als ik bij de roltrappen omkijk, heeft hij zijn potloden weer gepakt. De Afrikaanse dame krijgt steeds meer kleur. En mijn dag ook.
posted by gerdien at 22:31 5 comments