Reünie
Met een beker noodzakelijke koffie zit ik op zaterdagochtend in de aula van mijn oude middelbare school wakker te worden. Het is behoorlijk veranderd sinds ik examen deed in de zomer van 2000. Toen was het nog een wat kale bedoening, met grijze muren en geelgeschilderde pilaren. Die laatsten zijn er nog steeds. Maar de muren zijn nu graffiti-achtig beschilderd in vrolijke kleuren. De kantine, die toen McBets heette – naar de oude kantinejuffrouw – is een kwartslag gedraaid en is paars geverfd. Het hokje van de conciërge, waar ik regelmatig een bezem moest halen, is verdwenen, evenals het tekenlokaal.
Terwijl ik de veranderingen in me opneem, komt een besnorde man tegenover me zitten. Aan zijn naamkaartje zie ik dat hij Aart heet en in 1974 examen heeft gedaan op de havo. “Zo, eerst effe een kop koffie,” zegt hij terwijl hij de beker op tafel zet. “Zit jij hier op school?” Ik schud mijn hoofd en laat hem mijn naamkaartje zien. “Nee, al meer dan negen jaar niet meer,” antwoord ik. Hij schaamt zich en biedt zijn excuses aan. Eigenlijk vind ik het helemaal niet erg, maar ik laat hem denken van wel.
“Dr is nog niemand uit mijn klas,” zegt hij. “Ik ben benieuwd of er veel komen. Ze zullen wel veranderd zijn in al die jaren.” Dat lijkt mij een logische gedachtegang. Het jaar 1974 is voor mij bijna anderhalf mensenleven geleden. “Ik heb nooit op dit gebouw gezeten,” gaat Aart door. “Altijd op het gebouw bij het station. Er zaten leuke mensen in mijn klas. Ik heb ze na mijn examens niet meer gezien. Ik ben benieuwd wat er van ze geworden is. Zeker van twee vriendinnen die ik toen had. Hoe zouden ze eruit zien? Zou ik ze herkennen?” Hij slurpt van zijn koffie. “Heb jij op dit gebouw gezeten?” “Ja. Vier jaar. Ik heb hier ook examen gedaan, maar toen zag het er anders uit.” “O, ja dat kan natuurlijk.” Hij frummelt aan de envelop die hij bij binnenkomst heeft gekregen en zoekt op de plattegrond het lokaal waar zijn klassenfoto straks gemaakt zal worden.
Bij de kantine zie ik ineens twee bekende gezichten. “Ik ga er vandoor. Daar staan twee van mijn oud-klasgenoten. Fijne dag!” zeg ik tegen Aart. “Gaat lukken,” bromt hij, en hij doopt zijn snor weer in de koffie.
Uren later zie ik Aart staan, in het zonnetje op het schoolplein. Hij is druk in gesprek met een grijzende dame. Ze lacht en legt even een hand op zijn schouder, in een vertrouwd gebaar. Hij grijnst onder zijn snor. Vijfendertig jaar later heeft hij kennelijk zijn vriendin van toen teruggevonden. Toch leuk, zo’n reünie.

0 comments:
Post a Comment